top of page
  • Facebook
  • Instagram
  • Youtube
20 sep 2026

Fibro-opvlammingen

Het is heel logisch om te denken: Wat heb ik verkeerd gedaan? Ik heb te veel gedaan! In dit artikel kijken we naar wat er nog meer kan meespelen en waarom een toename van klachten niet automatisch betekent dat er iets mis is gegaan in je lichaam.

Er is niet één oorzaak


De ene dag gaat het misschien redelijk. Je kunt een stukje wandelen, boodschappen doen of met iemand afspreken. En dan ineens kan het weer omslaan. Je wordt wakker met nog meer pijn. Je bent uitgeput. Je lichaam voelt gespannen. Alles lijkt te veel.


Waarom kan het zo wisselen?

Veel mensen met fibromyalgie herkennen zulke periodes. Soms worden ze een opvlamming of flare genoemd.


Het is heel verleidelijk en begrijpelijk om naar één oorzaak te zoeken:

Het kwam door die wandeling.

Het was de stress.

Ik heb te veel gedaan.

Ik heb verkeerd gelegen.

Ik heb te weinig geslapen.


Zo’n factor kan een rol spelen. Maar er speelt meer.


Hoeveel klachten je ervaart, wordt beïnvloed door het totaalplaatje van dat moment.


Verschillende dingen hebben invloed op hoe gevoelig je beschermingssysteem op dat moment is.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • slaap;

  • lichamelijke belasting;

  • stress;

  • emoties;

  • angsten en verwachtingen;

  • prikkels uit je omgeving;

  • zorgen of onzekerheid;

  • en eerdere belasting die nog niet helemaal verwerkt is.

Geen van deze factoren bepaalt op zichzelf hoeveel klachten je zult hebben. Het gaat altijd om de combinatie.


Je beschermingssysteem kan per dag en per moment gevoeliger of minder gevoelig reageren. Daardoor kan dezelfde activiteit de ene dag nauwelijks klachten geven en de andere dag veel meer pijn, vermoeidheid of spanning opleveren.


Meer bescherming (klachten) betekend niet automatisch dat er iets mis is gegan.



Pijn na een activiteit betekent niet automatisch dat je te veel hebt gedaan


Misschien herken je dit. Je doet op een dag iets meer dan normaal. Je gaat wandelen, doet boodschappen, maakt het huis schoon of spreekt af met vrienden. Op het moment zelf gaat het misschien prima. Maar later krijg je weer meer pijn. Misschien pas die avond of de volgende dag.

Dan ligt een conclusie snel voor de hand:

Zie je wel. Ik heb te veel gedaan. Mijn lichaam kan dit niet aan.


Je lichaam kan na een activiteit pijn doen zonder dat je door die activiteit iets hebt beschadigd of je lichaam hebt uitgeput. De pijn is echt en de pijn kan daadwerkelijk door de activiteit beïnvloed zijn. Maar dat betekent nog niet dat de activiteit te veel was voor je lichaam.


Maar als pijn niet simpelweg meet hoeveel je hebt gedaan, waar reageert je lichaam dan eigenlijk op?


Je beschermingssysteem reageert op allerlei informatie om te bepalen hoeveel bescherming nodig is. Wat er op dat moment in je lichaam gebeurt speelt mee, maar ook eerdere ervaringen, verwachtingen en de omstandigheden van dat moment. 



Wat gebeurt er als we pijn steeds zien als bewijs van overbelasting?


Dan kan pijn steeds meer gaan voelen als een betrouwbare waarschuwing:

Stop. Je hebt te veel gedaan.


We gaan voorzichtiger bewegen. Activiteiten vermijden. De dagen plannen rond wat we denken dat het lichaam aankan.


Zo kan een patroon ontstaan waarin je steeds meer op je pijn gaat vertrouwen als maatstaf voor wat je wel en niet kunt. Maar pijn is daar geen eenvoudige meetlat voor.


Misschien is de vraag daarom niet alleen:

Hoeveel kan mijn lichaam aan voordat ik pijn krijg?


Maar ook:

Welke informatie kreeg mijn beschermingssysteem allemaal mee?


Was je gespannen?

Verwachtte je dat de activiteit klachten zou geven?

Was er iets waar je tegenop zag?

Is er een stemmetje dat graag meer pauzes wil tussen de afspraken?

Wilde je eigenlijk nee zeggen, maar zei je ja?


Het lichaam verwerkt veel meer informatie dan alleen een activiteit en geeft dan eventueel een waarschuwingssignaal zodat jij kan checken of alles oké is.


Spanning is een beschermingssignaal. Spanning hoeft geen pijn te doen.

Pijn is een beschermingssignaal. Pijn betekent niet automatisch dat er iets mis is in je lichaam.


Als je na een activiteit meer pijn of spanning voelt, wordt het daarom interessant om niet te concluderen dat er iets mis is gegaan. Nu kun je nieuwsgierig onderzoeken:


Wat voel ik precies?

Wat speelt er nog meer?

Wat heb ik nu nodig?



Stoppen of doorgaan?


Het kan een lastig onderscheid zijn.

Sommige mensen worden door hun klachten heel voorzichtig. Ze gaan activiteiten vermijden, bewegen minder of stoppen zodra ze (meer) pijn voelen.

Dat is begrijpelijk. Je probeert jezelf te beschermen.


Andere mensen negeren vermoeidheid en spanning en proberen altijd maar door te gaan.

Ook dat is begrijpelijk. Je wil niet dat de klachten je leven bepalen.


Deze reacties lijken tegenovergesteld, maar geen van beide is beter dan de andere.

Het doel is niet om altijd voorzichtig te zijn.

Maar ook niet om altijd door te zetten.


Beide reacties kunnen ervoor zorgen dat je beschermingssysteem alert blijft.



Vermijden kan tijdelijk veilig voelen


Als iets pijn doet of spannend voelt, is het logisch dat je het liever niet opnieuw doet. Als wandelen vaak pijn deed en je stopt ermee en de pijn wordt even minder, kan je denken:

Gelukkig. Ik heb goed naar mijn lichaam geluisterd.


Maar ongemerkt kan er ook een andere boodschap ontstaan:

Wandelen is blijkbaar gevaarlijk voor mijn lichaam.


De volgende keer kan je daardoor nog voorzichtiger zijn of steeds meer activiteiten vermijden.

 


Altijd doorgaan is ook niet de oplossing


Misschien hoor je juist bij die mensen die regelmatig ervoor kiezen signalen te negeren.

Ik moet gewoon doorgaan.

Ik wil me niet laten beperken.


Je merkt vermoeidheid of spanning misschien wel op, maar staat jezelf niet toe om te vertragen.


Altijd doorgaan kan ervoor zorgen dat je te weinig ruimte laat voor rust en herstel.



Een nieuwe relatie met je lichaam


Hier gaat het erom dat je lichaam weer iets mag vertellen, zonder dat je meteen in actie hoeft te komen. Voelen wat er is, nieuwsgierig kijken naar wat het kan betekenen en jezelf afvragen wat je op dit moment nodig hebt.


Je lichaam geeft informatie. Ieder signaal komt met een vraag: Is de situatie veilig?


Het doel is leren onderzoeken wat een signaal betekent.

Misschien is het een vals alarm.

Misschien is het tijd om iets in je leven te veranderen.

Een signaal kan belangrijk voor je zijn zonder dat er sprake is van gevaar of beschadiging.


Zo ontstaat er langzaam een andere relatie met je lichaam:

Niet vechten tegen ieder signaal.

Niet bang worden voor ieder signaal.

Maar leren luisteren met openheid en vertrouwen.


Een lichamelijk signaal is informatie. Het vertelt je dat er iets gebeurt, maar niet automatisch dat er iets mis is of dat je lichaam dit niet aankan.



Een opvlamming betekent niet dat je terug bij af bent


Wanneer je een paar goede dagen hebt gehad en daarna ineens weer meer klachten krijgt, kan dat ontmoedigend zijn. Herstel verloopt zelden in een rechte lijn. Een tijdelijke toename van klachten betekent niet automatisch dat alle vooruitgang verdwenen is.


Kijk daarom niet alleen naar vandaag.

Hoe gaat het over meerdere weken?

Wat valt op?

Welke omstandigheden lijken invloed te hebben?

 


Een opvlamming betekent niet automatisch dat er iets mis is gegaan in je lichaam.

Slaap, stress, lichamelijke belasting, emoties, verwachtingen en andere omstandigheden kunnen samen invloed hebben op hoe gevoelig het beschermingssysteem reageert.

Pijn na een activiteit betekent niet automatisch dat je te veel hebt gedaan.

Het kan helpen om niet alleen te kijken naar hoeveel pijn je hebt, maar ook naar wat er op dat moment allemaal meespeelt.

beter begrijpen

Wil je begrijpen waarom je lichaam doet wat het doet?
Ontdek hier de basis achter klachten, signalen en het beschermingssysteem van je lichaam.

Verder verdiepen

Ben je nieuwsgierig naar wat er achter je klachten gebeurt?
Hier gaan we een laag dieper en leggen we uit hoe het zenuwstelsel bescherming aanstuurt.

bottom of page